Geschiedenis


Eén van de mooiste vrouwenportretten in de kunstgeschiedenis is Het Meisje met de parel van Johannes Vermeer. Dit wereldberoemde schilderij, nu in de collectie van museum Het Mauritshuis in Den Haag, is één van de parels die in het bijna 210 jarig bestaan van ons veilinghuis, in 1881 bij ons werd geveild. 

Oók het spectaculaire Panorama Mesdag, het 120 meter lange, cirkelvormige zeegezicht geschilderd van Hendrik Willem Mesdag werd in de 19e eeuw door ons geveild, tezamen met het gelijknamige, speciaal ontworpen museumgebouw in Den Haag.

In die bijna 210 jaar veilen zijn veel kunstwerken onder de hamer gekomen die een plaats hebben gekregen in belangrijke nationale en internationale verzamelingen en musea, permanent of op basis van, langdurige, bruikleen. Een pointillistisch landschap van Ferdinand Hart Nibbrig werd in het jaar 2000 opgenomen in de jaarkalender van het Guggenheim Museum in New York. Een in grafitti-stijl beschilderde zeecontainer van Keith Haring maakte de overtocht naar Ibiza. Een vroeg werk van de Franse schilder Auguste Herbin, ‘Les Joueurs de Boules’, is opgenomen in een Franse collectie, en een zeldzame, zilveren chanuka verhuisde naar een museum in de Verenigde Staten. Recent werd een olieverf schilderij van een Javaanse danser door Isaac Israels voor € 390,000 geveild; nét geen wereldrecord. Dit werk zal worden tentoongesteld in een museum op Bali. Bijzonder was de ontdekking van de herkomst van een roodkrijt tekening ‘Le Ramonneur’  (de schoorsteenveger) gemaakt door François Boucher. De tekening uit 1737 bleek afkomstig te zijn uit de collectie van Tsaar Paul I, de zoon van Catharina de Grote. In mei 2011 verwisselde deze tekening van eigenaar bij het Venduehuis Den Haag.

In 2021 is het 210 jaar geleden dat het Venduehuis der Notarissen officieel van start ging als veilinghuis in Den Haag. De aanleiding voor de oprichting van het veilinghuis ligt in 1811: ons land was ingelijfd bij het Franse keizerrijk en Franse rechtspraak werd de wettelijke norm. Dit hield onder meer in dat openbare verkopingen voortaan moesten plaatsvinden onder toezicht van een notaris. Vóór 1811 werden veilingen van woningen, landerijen, boerderijen en inboedels georganiseerd door stadsvendumeesters.

De verenigde notarissen in de stad Den Haag waren de eersten in Nederland die een ‘Venduehuis der Notarissen’ oprichtten, in 1811. In januari 1812 werd de eerste veiling gehouden vanuit het pand aan de Nobelstraat waar het veilinghuis nog steeds is gevestigd. Het veilinghuis is tot op de dag van vandaag eigendom van de Vereniging der Notarissen te ‘s-Gravenhage. Zij zijn niet de enigen de het Venduehuis gebruiken. Iedereen kan (roerende) goederen kopen en verkopen via ons veilinghuis. Het recht om onroerend goed te veilen, ligt exclusief bij de notarissen.

Het Venduehuis was het decor van diverse belangrijke, historische veilingen. Zo werden in 1878 de paarden geveild die tot dan toe de paardentrams hadden getrokken. Zij werden overbodig toen de elektrische tram zijn entree deed in Den Haag. En in 1983 werd “Babylon” geveild; voor het markante winkelcomplex naast het Haagse Centraal Station, moest destijds 100 miljoen gulden worden betaald.

Het Venduehuis is gevestigd in de voormalige burgemeesterswoning aan de Nobelstraat. De straat komt voor op een 15e eeuwse stadsplattegrond van Den Haag en dankt haar naam aan de nobele lieden die er vanaf de 15e eeuw woonden. Onder hen diverse burgemeesters en ook Christiaan Huygens, de uitvinder van het slingeruurwerk, in 1656. Naar hem is één van de zalen in het Venduehuis Den Haag vernoemd.